Afgelopen woensdag, nomaden, heb ik een functioneringsgesprek gehad met afdelingsmanager S. en teamleidster D. Het was een enerverende gebeurtenis.
Inmiddels ben ik een half jaar in dienst, en was het tijd voor het zogenoemde 'zesmaandengesprek'. Er is veel gebeurd in dat halve jaar. Nog geen week na mijn eerste werkdag werd (een andere) S., op dat moment de enige teamleider, op non-actief gesteld. Daarover schreef hij ons een pittige mail, wat door afdelingsmanager S. niet bijzonder op prijs werd gesteld. We hebben nooit meer iets van hem vernomen.
De roerige zoektocht naar een nieuwe teamleider begon. Er werd gesproken met vele sollicitanten, maar niemand kreeg (of wilde) de baan. Interimteamleider R. verscheen en verdween. Uiteindelijk zag S. het licht: ze besloot seniormedewerkers C. en D. omhoog duwen tot teamleiders.
Ik werd ingedeeld in het team van D. Ik wist het al vanaf dag één: het zou nooit iets worden met D. en mij. Ik vind D. een Heel Eng Meisje. Maar soms worden hele enge meisjes teamleidster, en moet je er het beste van maken.
D., van haar kant ook niet dol op mij, en ik functioneren samen met af en toe lichte wrijving. Ik stap naar haar toe als het echt niet anders kan, en zij zegt alleen het hoognodige tegen mij. Gelukkig werkt ze maar drie dagen, en kan ik altijd bij andere teamleidster C. terecht.
Inmiddels was het voor ons nieuwelingen wel duidelijk dat afdelingsmanager S. ook een minder geschikte figuur is. Regelmatig zien we haar door de gangen spurten onder het slaken van kreten als: 'Al die stress! Daar kan ik niet tegen, hoor!' Als ze al eens een spaarzaam bezoekje aan onze afdeling brengt, kan er geen groet vanaf. Ze is sowieso niet geïnteresseerd in haar medewerkers.
In het afgelopen halve jaar heb ik mezelf moeten aanwennen om mijn werk op een eenvoudigere manier te doen. In vergelijk met mijn vorige baan heb ik minder verantwoordelijkheid, en blijven de werkzaamheden oppervlakkiger.
De oude maestro leert echter niet altijd even snel nieuwe deuntjes en op mijn manier probeer ik het werk zo uitdagend mogelijk te maken. Maar dat is niet de bedoeling.
Enfin, het functioneringsgesprek verliep in het kort als volgt. S. en D. zaten gelijk de Spaanse Inquisitie tegenover me aan tafel in het kantoor van S. De sfeer was vreemd.
D. nam het woord en viel met de deur in huis. Mijn jaarcontract gaat niet verlengd worden. Nadat ik mijn kin van tafel had geraapt, begon D. omstandig van een blad papier voor te lezen wat er aan mij allemaal mankeert.
Na een zin of drie begon ze bijna te hyperventileren en stamelde: 'Ik vind het zo moeilijk!' Een prestatie die een Oscar verdient.
S. keek haar medelijdend aan en vroeg of zij het over moest nemen. Ik keek eens om me heen, of er niet ergens een prullenbak stond waar ik mijn opwellende lunch in kon brokken.
Na een minuut of twintig klachten aan mijn adres gespuid te hebben, keken beiden me verwachtingsvol aan. Ik keek terug en zei: 'Dit was het, dames? Goed, dan ga ik nu weer wat doen.' Ze blikten naar elkaar als door een adder gebeten, en D. deelde mee dat ik wel naar huis mocht gaan. Dat kon ze heel goed begrijpen, als ik dat wilde. Ik glimlachte liefjes naar haar en zei: 'Welnee D. Hoezo?'
Terug op mijn werkplek bracht D. me na vijf minuten het 'verslag van het gesprek' op papier. Verslag van het gesprek? Het was hetzelfde blaadje als wat zij voorgelezen had. En van wat daar in staat, kan ik geen letter serieus nemen.
Zo wordt mij onder andere verweten dat ik teveel initiatief (?) neem. Er staat letterlijk in: 'Soms moet je je plaats weten in een organisatie'. Verder voldoen mijn houding en gedrag niet, en ga ik in discussie. (Hoe durf ik!)
Jaja, nomaden. Het kan verkeren. Ik ga het einde van mijn jaarcontract uiteraard niet afwachten, en ga snel op zoek naar een baan waar initiatief, meedenken en gezonde assertiviteit wel gewaardeerd worden. Duimt u voor me? Wordt vervolgd!