Reclame en de maatschappij?
Voor mijn veiligheid vertelde mijn moeder vroeger, dat ik nooit snoepjes moest aannemen van mensen die ik niet, of niet goed, kende. Ook meegaan met iemand die ik niet of niet zo goed kende moest ik zeker nooit doen. Een precieze uitleg gaf zij daar niet over. Het was ook de tijd, dat ik als kind een onverwoestbaar vertrouwen in zeker mijn moeder had.
Wij woonden, in dat dorpje onder de rook van Rotterdam (bij n-o wind) op een 100 meter van een Psychiatrische Inrichting. Ik kon er dus niet omheen om soms "patienten" te zien, vrij wandelend of wanhopig klemmend aan een hek terwijl "broeders" met zijn drie- of vieren probeerden de wegloper los te wrikken.
Een waarschuwing was dan al geweest, een luide bel ging die in de hele omgeving te horen was, als er een patient weggelopen was.
Nooit, maar dan ook nooit heb ik die raad of opvoedkundige opdracht van mijn moeder vergeten.
Later heb ik dat ook aan mijn kinderen doorgegeven.
Andere tijden, andere gewoontes: ik heb hen wél direct verteld waarom ik dat geen strak plan zou vinden. Dat hebben zij, op miniscule missertjes na, altijd onthouden en bij mijn weten uitgevoerd.
2009.
Een reclame op televisie toont een jongetje in een draaimolen.
Achterop springt een beertje met de vraag of hij zijn vriendje mag zijn. Dan kan het beertje hem laten zien waar hij woont en weg zijn ze.
Dat jongetje vindt dat goed, en het beertje zorgt er voor, dat het jongetje beloond wordt met snoepgoed.
Gegeven door zijn moeder, die dan pas voor de eerste keer in beeld komt.
Noem me gek, noem me paranoia...
Maar er verdwijnen altijd een paar hersencellen bij me als ik het zie...



