Een maand geleden kleurde een e-mailtje mijn inbox in nostalgische tinten. Oude studievrienden hadden het snode plan gesmeed een reünie van ons examenjaar te organiseren. Nu, ja, examenjaar in de breedste zin van het woord. Uit gezelligheidsoverwegingen besloot bijna geheel Atheneum 5 het jaar nog eens over te doen. Aan dat plichtbesef heb ik me toentertijd maar ontrokken, zodat ik een jaartje eerder afstudeerde dan de rest. Maar zoals dat vaker gaat, de vriendschapsband bleef bestaan - uitgerekt over twee examenlichtingen.
Afgelopen weekend hebben we dan ook gereuniëerd – wat dan wel geen woord is, maar toch goed klinkt – in het altijd pittoreske E. Het weer was prachtig die avond, het bier was koud en het voer van Popocatepetl kon gerangschikt worden in de zeer brede categorie ‘eetbaar’. Een groep studievrienden met één been al over de magische dertig grens heen getild, garandeert een beschouwelijke terugblik op die belangrijke tijd ergens tussen het einde van de jaren ’80 en de vroege jaren ’90.
Op het terras van het café filosofeerden we al snel over wat er van onze generatie geworden was. Ooit al bestempeld als Generatie X en enkele jaren daarna alweer vergeten, hadden we niet het idee een succesvolle generatie te zijn. We bevonden ons in een vreemdsoortig vacuüm: de dreigende jaren ’80 waren voorbij en de onzekere periode na de tweede golfoorlog moest nog tot de wereld door dringen.
We genoten ons onderwijs aan een van de oudste – en strengste volgens anderen – scholen van E. Ooit ontstaan als een jongensinternaat bestierd door paters, ademden de gangen nog steeds rust en bezinning. Ik geloof dat het corps docenten, zelf vrijgevochten in de jaren ’70, ons maar onze gang lieten gaan zolang wij onze naamvallen maar kenden. In die periode van de opkomende elektronische muziek aan de ene kant, en viltige alternatieve bandjes uit Seattle en omstreken aan de andere kant, verkenden wij het leven. Misschien omdat het politieke milieu zo harmonieus was, waren onze avonturen zo wild. Ik geloof dat we meer dronken en gebruikten dan we later in onze studentenperiode zouden doen.
En toch, in die anonieme periode uit de geschiedenis tussen kruisraket en internet, hadden we het gevoel een band te delen die niet behoorde tot een ideologie of zelfs maar een gedachte. Het feit dat we twaalf jaar later zo makkelijk weer in oude vriendschapsrituelen vervallen bewijst het. Generatie X zou een gezichtloze, ambitieloze generatie zijn, individualistisch en zonder samenhang. Maar nu, is er toch een gemeenschappelijke geschiedenis die we delen als een onzichtbare band. Het motto – natuurlijk in het Latijn - dat de gebrandschilderde ramen sierde van onze school bleek bewaarheid: “niemand leert een ander mens echt kennen, tenzij door vriendschap.”