Ik loop door een diffuse wolk, licht bij de vloer. Geen idee hoe ik hier terecht ben gekomen of wat dit dan toch is. Ik kijk naar links en zie dat ik een stang meesleep. Aan die stang hangen allerlei dingen met draden naar mij toe.
Wat is dit nou?
Ik besluit naar België te gaan, want de wiet is daar stukken goedkoper, en als ik hier afsla, kom ik naar Chicago.
Gemurmel op de achtergrond en ik loop door, het blijft diffuus.
Tot mijn verbazing loop ik op blote voeten, als ze me maar niet aan de grens tegenhouden...
Witte wolken omringen me, ik zie geen steek, dat kan niet goed gaan...
Daar is Levensgever.
Hij staat op me te wachten.
Hij vraagt me of ik hem vertrouw. Jazeker.
Ik geef hem mijn hand, en samen stappen wij over de rand de witte wolken in.
"Meneer P.!
Meneer P.!"
"U moet naar uw bed toe! 's Nachts dwalen op de gang kan niet... en U heeft uw infuus en wondafzuiger er ook uitgehaald.
Ach meneer, kom maar mee... Ik help u wel weer naar bed hoor, kom maar..."
Vijf jaar geleden ben ik met spoed opgenomen met een gescheurde blindedarm. Later bleken er allerlei complicaties bij te zijn gekomen, en ben ik langs het randje gescheerd.
Nu zijn er op het litteken breukjes gekomen, en moet ik een hersteloperatie ondergaan. Aan de ene kant zie ik er tegen op, maar ik ben er nu stukken eerder bij en het gaat nu zoals het hoort.
Enne...
Misschien ontmoet ik Levensgever weer!