Lilypie Tweede Ticker

maandag 24 maart 2008

Ze groeit.


En wij tellen af!

donderdag 20 maart 2008

In de wandelgangen en het rookhok - Meneer I.

Het is een uur of half zeven in de ochtend. Meneer I. zit in het rookhok. Hij draagt altijd een pyama. Zo'n keurige herenpyama, donkerblauw met een wit streepje. Hij draait een shaggie en vertelt dat hij op de longafdeling ligt.

'Het is niet zo'n leuk verhaal hoor...'

Hij aarzelt even. 'Ze hebben vocht van achter mijn longen weggehaald. Vorig jaar was dat. Een paar weken later was ik hier weer. Met de Kerst.'

Meneer I. schiet vol. 'Ze hebben me opgegeven. Met de Kerst is er asbestkanker geconstateerd. Ik heb nog een week of twee te gaan.'

De tranen lopen over zijn wangen als hij vertelt dat hij niet naar huis kan. 'Mijn vrouw heeft multiple sclerose. Ze kan niet voor me zorgen. Dat is toch maar niks hoor, ik hier en zij in haar eentje thuis. En ik wil zo graag naar huis. Ik kan hier toch niet dood gaan?'

Hij kijkt me vertwijfeld aan. 'Ik weet het ook allemaal niet meer. Ik krijg tabletjes, om rustig te blijven. Straks ga ik met een psycholoog praten. Want hoe moet dat nou toch. Dat is wat hoor, als je al zo lang getrouwd bent en je kan niet naar huis...'

Ik vraag hem voorzichtig of hij heeft nagedacht over de mogelijkheid om naar een hospice te gaan.
'Ja, dat zou beter zijn. Maar daar kan mijn vrouw niet heen, hè. Met haar ziekte. Ach... ik ben 74 jaar, mevrouw. Ik heb een mooi leven gehad. Maar nu gaat het allemaal zo snel ineens. Ik kan er niet meer bij hoor.'

Later die dag spreek ik hem weer. 'Ik heb goed nieuws gekregen! Ik ga naar een verpleeghuis, en mijn vrouw kan mee! Dan zijn we in elk geval samen, die laatste weken...'

We nemen afscheid. Ik pak zijn magere hand in mijn handen, en wens hem en zijn vrouw alle sterkte toe. Hij bedankt me voor de gesprekken die we gevoerd hebben.

Dag, meneer I. Misschien bent u er nog, misschien al niet meer. Ik hoop zo dat u uw rust heeft gevonden.

zondag 16 maart 2008

* Note to self *

Niet meer 's avonds twee punten appelkruimelvlaai en een halve zak bananenschuimpjes eten.
Dit om nachtelijk spoken in verband met maagzuur tot aan je oren en boeren vanuit je tenen te voorkomen.

maandag 10 maart 2008

Oom Gonzo's Fijne Deuntjes - 7

Adriana heeft het volgende TFF-nummer grijs gedraaid. Toen ze het op YouTube ging zoeken, las ze dat TFF zich volledig van de song gedistantieërd heeft.



Waarom, vraagt ze zich af? Bij haar blijft het in elk geval een van de meest geliefde nummers van Tears for Fears.
En nu moet ik maken dat ik wegkom, voordat ze voor de zoveelste keer gaat vertellen over dat ene concert van TFF ergens back in the dark eighties... RAAAAH!

vrijdag 7 maart 2008

Een weekje uit logeren

Na het ziekenhuisbezoek van maandagmorgen, stond ik twee dagen later 's avonds onder de douche.

'Schat? Kijk eens? Het lijkt wel of mijn linkerbeen veel dikker is dan mijn rechter!'

bewegende kijkt en constateert dat ik gelijk heb. Het linkerbeen is rood en op mijn knie zitten paarsblauwe vlekken, als bloeduitstortingen. bewegende informeert of het pijn doet. Het doet geen pijn.
We besluiten lekker te gaan slapen en af te wachten hoe het been er morgenochtend uit ziet.

's Ochtends is het been nog net zo dik, maar nu wit. Het lijkt me toch niet helemaal zoals het hoort. Wie zal ik eens bellen? De huisarts, het ziekenhuis, de verloskundige? Ik bel de laatste. Ze gaat direct weer contact opnemen met het ziekenhuis, we kunnen om kwart voor twee terecht.

In het ziekenhuis worden diverse testen uitgevoerd, onder andere een echo van mijn been om trombose uit te sluiten. Er wordt daarbij geconstateerd dat het bloed in het been wel traag stroomt, maar er is geen verstopping of blokkade te zien.
Aan het eind van de middag horen we dat er inderdaad geen sprake is van een trombosebeen, maar ik zal wel opgenomen worden: in mijn bloed zijn verhoogde ontstekingswaarden aangetroffen die kunnen wijzen op cellulitis (en nee, dat zijn niet die putjes in je dijen). Ik word direct aan een infuus met antibiotica gehangen.

Het is niet druk op de afdeling gynaecologie/obstetrie (waar ik kom te liggen, omdat ik in de eerste plaats zwanger ben en daarnaast toevallig een raar been heb) dus ik krijg een kamer voor mij alleen. Er lopen voortdurend verpleegkundigen in en uit die mijn bloeddruk meten (die prima is), mijn temperatuur opnemen (ik heb geen koorts) of me aan de CTG leggen (onze dochter doet het uitstekend).
Pijn heb ik niet. Wel voel ik een enorme aanval van emotionele flexibiliteit opkomen. Jezus, wat ben ik hier slecht in. In het ziekenhuis liggen? En voor hoe lang dan wel? Waarom vertelt niemand me iets? Ik wil naar huis!

De dagen glijden voorbij. Inmiddels is het maandag. Ik krijg bezoek, kaartjes, telefoontjes. Ik kan inmiddels een boek schrijven over de medepatiënten die ik tegenkom (binnenkort hier op Adobes! De serie 'In de wandelgangen en het rookhok'.).
Volgens de zaalarts ben ik een raadsel. Het been wordt niet dunner, maar aan de diagnose cellulitis wordt nu ernstig getwijfeld omdat het been een normale kleur heeft en ik nog steeds geen koorts heb gehad.
De infuusnaald zit al vijf dagen in mijn hand en gaat zeer doen. Het hele infuusgebeuren irriteert me sowieso enorm. De zakjes antibiotica en vocht hangen aan een stellage op wieltjes. Ik kan er inmiddels best mee uit de voeten, maar met het gevaarte onder de douche gaan blijft een circusact.
Er wordt besloten dat ik morgen een nieuwe echo zal ondergaan. Sinds een aantal dagen heb ik een doffe pijn in mijn lies. Ook de pijn die ik al had in mijn onderrug speelt nog meer op. Ik slik acht paracetamols per dag. 's Avonds krijg ik ineens een kleine dosis bloedverdunner geïnjecteerd. Preventief, wordt me verteld.

De echoscopist constateert dinsdagmiddag dat het bloed nog steeds bijzonder traag door mijn been gaat. Van boven naar beneden ziet er niet slecht uit, maar de andere kant op lijkt het op een file.
Ik vertel de echoscopist over de pijn in mijn lies. Hij maakt een extra echo en binnen drie seconden is het raak: de boel zit potdicht. Ik ben de echokamer nog niet uit of ik hoor hem telefonisch doorgeven dat mevrouw Adriana nu toch wèl een trombosebeen heeft.

Ik ben opgelucht en toch weer niet. Opgelucht omdat ik eindelijk weet wat er met mijn pootje aan de hand is. En niet, omdat het best een ernstige zaak is.
De behandeling met antibiotica zal vandaag nog voortgezet worden, maar de bloedverdunner wordt nu het belangrijkste medicijn. De dosis wordt aangepast op mijn lengte en gewicht. Van de preventieve 2500 eenheden zal ik vanavond een prik met 15.000 eenheden krijgen. En ik moet zelf leren prikken.
Ook moet er een steunkous aangemeten worden. Als de maten zijn genoteerd, blijkt de kous op geen enkele afdeling voorradig en degene die ze bestelt is er niet.
's Avonds mag het infuus eruit. Ik hoef de antibioticabehandeling niet met tabletten voort te zetten. Van verpleegkundige J., mijn lievelings, krijg ik prikles. Morgenavond moet ik het zelf kunnen. Dan mag ik, als alles goed gaat en ik de kous heb, donderdag naar huis.

Woensdagavond prik ik mezelf, met klotsende oksels, in mijn rechterdij. Donderdagochtend wordt de steunkous in de juiste maat gevonden. In de namiddag ben ik thuis. bewegende heeft de afgelopen week in totaal een uur of drie geslapen. Samen storten we in en slapen bijna klokje rond.
Wordt vervolgd...

woensdag 5 maart 2008

Crying in the Rain (Liefdesverhaal 2)

In 1978 woonde ik in Rotterdam-Zuid. De "boerenkant" voor de echte stadters. Ik werkte in een kliniek voor verslavingsziekten en kon vandaar uit ook een cursus MBO-IW volgen in de 'stad" Rotterdam, part-time.

De cursus was op de Sociale Academie in de Nieuwstraat. Het was de tijd van mondige studenten, inspraak en rampzalige vormingsdagen. Het werd als zeer onethisch beschouwd als je "alleen" voor het diploma aan het studeren was. Je diende jezelf en je handelen wél ter discussie te stellen. Studenten waren mondig, om het even wat er ook gezegd werd en ja, ik ben ook een tijdje "mondig" geweest. Hoog op de barricades, tot ik omkeek en een puinhoop achter me zag.

Aan het eind van het eerste jaar leek het een goed idee een afsluitfeest te geven. Eén van de studenten vond zijn huisje in Dordrecht wel een aangename locatie. Na het vieren op de school van het feit, dat wij "overgegaan" waren, togen we allemaal naar Dordt.

Er stonden voldoende kratten bier in de tuin, er lagen de spiralen van een oude matras voor het barbecuen en daar waren wij met een man of twintig.

Het gemeenschappelijke werd zeker niet vergeten, wij studeerden immers op de Sociale Academie!
Links en rechts werden "moeilijke" gesprekken gevoerd, hand onder de kin, bedachtzaam luisterend naar elkaar, stevig be-amen. Hier en daar werd een onnodige hand op een schouder gelegd ter morele ondersteuning, en schoof men wat naar elkaar toe.

Ik had daar geen zin in na een gezellige hoeveelheid bier, en ging op zoek naar muziek. Daar ging een schoen wringen, want de smaken van de bewoner en mij verschilden. Later bleek dat er alleen een oude Everly Brothers Elpee mainstream kon zijn die avond.

Het werd killer buiten en men zette de gesprekken binnen voort. Het bleek, dat een paar armen voorbarig om schouders heengelegd waren, want er verschenen boze en "moeilijke" blikken, die nu favoriet zijn in GTST.

Ik was aan het dansen. Met een páár anderen.

Bij die paar anderen was ook een leuke medestudente. Het dansen ging van gezellig naar puber-romantisch en er werd smakelijk gezoend. Meer was het niet en zou het niet worden, want zij woonde samen. Door boze en "moeilijke" gezichten heen, hadden wij het knus en gezellig. "Crying in the rain", een perfecte kroelplaat is wel twintig keer gedraaid.

Rond een uur of vier liep het feestje af, en vertrokken er een groot aantal mensen een beetje formeel en stijfjes. Gelukkig zouden wij elkaar pas over drie maanden weer ontmoeten voor het tweede jaar.

De medestudente en ik konden met iemand mee terug rijden naar Rotterdam. De terugreis was één lange zoen...
Ik werd afgezet bij mijn huis en zag de auto mét de leuke medestudente wegrijden. Jammer genoeg zouden wij elkaar pas over drie maanden weer ontmoeten voor het tweede jaar.

Na een goede nachtrust hoorde ik de volgende dag door mijn open raam muziek binnen waaien.
"Crying in the Rain" in een disco uitvoering van Conny Francis...

Nog drie maanden...

maandag 3 maart 2008

Oh, lonesome me (Liefdesverhaal 1)

In de wijk van het dorpje (onder de rook van Rotterdam, bij noordoostenwind) waar ik vroeger woonde was een miniem winkelcentrumpje. Drie winkels naast elkaar. Toen dat winkelcentrumpje een hangplek avant la lettre werd, waren er nog twee winkels.

Vaak zaten wij als pubers daar op een vensterbank te hangplekken. En naar de zusters te kijken. Zusters, omdat als wij daar zaten wij uitkeken op een lange laan, die eindigde bij een hoofdgebouw van een Psychiatrische Inrichting. Dan kwamen er wel eens zusters winkelen daar.

Wij keken elkaar dan veelbetekenend en grijnzend aan. Waarom? Dat wisten wij niet, maar dat hoorde zo.

In datzelfde Psychiatrische Ziekenhuis heb ik later een jaar als vacantiehulp gewerkt, na geslaagd te zijn voor de MULO, en gestopt te zijn op de PABO.

Ik werkte daar op de Arbeidstherapie, daar werden opdrachten van zaken uit Rotterdam aangenomen. De "patienten", zoals ze toen nog genoemd mochten worden, werden door ons altijd terug gebracht naar het paviljoen waar zij woonden. Daar ontmoette ik bijzondere mensen en natuurlijk de zusters, waar ik eerder veelbetekenend en onwetend over grijnsde.

Ik ontmoette hen nu op een ander en minder besmuikt niveau, en kon goed met een aantal opschieten. Ik was wat jong, dus mijn aandacht ging uit naar de INAS stagiares.
Op één was ik verkikkerd. Ik was verliefd, maar kon daar als beginner op het liefdespad nauwelijks mee om gaan. Er waren veel en gezellige contacten, maar mijn kennis of besef van signalen was nihil.

Tot na een gezellig biertje in een café, en wat te bikken op haar kamer met vrienden erbij, zij terloops mededeelde, dat dit haar laatste week op stage was.
Op die storm van gevoelens, die toen bij me opkwam had ik niet gerekend en kon ik niet reageren.

Ik ben kapot in een druilerige regen op zaterdagavond naar huis gefietst. Daar heb ik zachtjes wel tien keer de single van Neil Young gedraaid: Oh Lonesome me...Vooral bij de zin: I bet she's not like me werd het me erg duister en donker.

Zondag.
Met een leeg gevoel naar de hangplek bij de winkels gegaan. Vaak zat ik daar eerst, omdat mijn vrienden eerst nog naar de kerk moesten.

Mijn knieën klapten toen ik dacht dat ik haar de laan uit zag komen. Zij was het.

Zij kwam bij me zitten. Ik kon niet anders als redeloos ratelen. Tot zij voorstelde een eindje om te gaan, zij en ik. Het feit om nog een poosje met haar en bij haar te zijn was overweldigend én beangstigend. Zonder anderen!

Wij gingen een eindje fietsen, zij achterop. De storm raasde door mijn lijf en geest. Wij fietsten naar de dijk aan de rivier. Daar gingen wij wandelen over de dijk. Hand in hand. Wat voelde dat anders als die andere puberliefdes die ik ooit had. Warmer en vooral veel nerveuzer.

Wij hebben de middag met zijn tweeën vrijend doorgebracht onder aan de dijk.
Wij hebben ook de avond en een deeltje van de nacht vrijend doorgebracht onder aan de dijk.

Terugwandelend naar haar kamer in het zusterhuis hebben we innig afscheid genomen en de volgende dag zou haar stage voorbij zijn.

Zwevend ben ik naar huis gefietst.