Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan
Onze oma van vaderskant is de laatste grootouder die mijn broer en ik nog hebben. Ze is 89 en woont zelfstandig, op een steenworp van waar ik woon. Ze heeft een 'hulpje' voor het zwaardere werk in huis, maar de dagelijkse dingen doet ze zelf.
Steeds minder, dat wel. We hebben haar inmiddels gelukkig wijs kunnen maken dat op trapleertjes klimmen misschien niet zo verstandig is.
Toen opa met pensioen was, gingen oma en hij vrijwilligerswerk doen in het verzorgingshuis waar de moeder van mijn oma gewoond heeft. Opa runde de bar van de recreatiezaal - 'Eén borreltje krijgen ze van me, en meer niet!' - en oma deed zo ongeveer alles. Handwerkclub, creamiddag, muziekavonden, de jaarlijkse braderie.
Jarenlang gingen ze een paar dagen per week 'naar de ouwe mensen'. Dat ze na verloop van tijd zelf ouder waren dan de meeste ouwe mensen in het verzorgingshuis ontging hen.
Na het overlijden van opa, tien jaar geleden, werkte oma door. Ze liep de Avondvierdaagse waarbij ze en passant een dametje in een rolstoel meeduwde, rende rond op bingomiddagen om her en der de cijfers aan te kruisen voor degenen die dat niet zelf konden en begeleidde uitstapjes naar de Biesbosch.
Een paar jaar terug is ze voorgedragen voor een lintje, omdat ze inmiddels al 25 jaar vrijwilligster was. Ze wilde het lintje eigenlijk niet hebben want opa had de zijne ook geweigerd, maar we kregen haar uiteindelijk zo ver. Glunderend stond ze naast de burgemeester en vond het achteraf toch wel heel leuk, allemaal.
Oma was nooit ziek. Nouja, ze had twee nieuwe heupen gekregen en slikte bloedverdunners maar dat stelde volgens haar niet zoveel voor.
Tot ze een TIA kreeg en merkte dat ze minder snel herstelde dan ze gedacht had. Er kwamen geleidelijk meer klachten en pijntjes bij. Haar hart sleet, en ze was behoorlijk verontwaardigd toen de huisarts haar vertelde dat ze nu echt veel rustiger aan moest gaan doen. Het leek hem een goed plan als ze 's ochtends na het opstaan eerst haar hart de kans zou geven kalm op te starten en niet direct haar gymnastiekoefeningen ten uitvoer zou brengen. Ze werd geopereerd aan staar, en was stomverbaasd dat ze niet na een halve dag al scherper zag.
Het vrijwilligerswerk heeft ze onder protest op moeten geven. Ze probeert met alles uit hoe ver ze kan gaan. Ze drijft de familie tot wanhoop door steeds haar verwondering uit te spreken over dat ze maar niet snapt waarom ze tegenwoordig veel sneller moe is en hoe het toch mogelijk is dat ze geen lange wandelingen meer kan maken.
Hoe vaak we haar ook uitleggen dat dat wellicht door haar leeftijd komt, de oude maestro leert niet zo snel nieuwe deuntjes.
Oma is in één klap oud geworden. 'Oma wordt 110!' roepen wij al jaren. Zo denken we nog steeds eigenlijk. We houden alleen wat meer in de gaten of ze het zelf ook door heeft.









