Adriana weet het soms niet.
Toen ik vanavond thuis kwam, nomaden, heb ik eerst eens even gehuild. Het zat me zo hoog. Ik zat nog niet op de bank of een golf van intens verdriet kwam naar boven. Zulke golven zijn niet te stoppen. Bovendien wilde ik dat niet eens.
Ik denk dat ik nooit zal leren omgaan met mensen die alleen iets voor je willen doen op hun voorwaarden. Die voorwaarden zijn overigens nooit van tevoren bekend. Die moet je ruiken, op het moment dat je je hulpvraag stelt.
En als je denkt dat je door hebt hoe het werkt, en de volgende keer in eenzelfde situatie dus weet hoe je het aan moet pakken... dan zijn de spelregels weer veranderd.
Ik vraag aan deze mensen alleen hulp in praktische zin. Hen vertellen hoe ik me voel, hoe het diep van binnen met me gaat, wat mijn dromen, angsten en ideeën zijn, wat ik van iets vind, dat doe ik nooit. Afgeleerd, in de loop der jaren. Door schade en schande wijs geworden. Hoewel dat erg lang geduurd heeft.
Het kan zomaar voorkomen, dat ik om hulp vraag op een moment dat ik, zonder het te weten, eerder iets gedaan of gezegd heb dat hen niet bevalt. Natuurlijk wordt me niet verteld wat er dan voorgevallen is, ik dien dat automatisch te begrijpen. Evenals hun gedachtengang die erop volgde.
Vanmiddag belde ik een van hen, om te vragen of hij me aanstaande donderdag even ergens heen wil rijden. Donderdag wordt ons huis opgeleverd, en ik heb zo weinig tijd. Zulke dingen vraag ik al dagen van tevoren, omdat anders chaos en paniek uitbreekt. Zijn antwoord, humeurig uitgesproken: 'Er stopt daar een bus voor de deur hoor.'
Okee.
Ik vraag niet wat het probleem is. Afgeleerd. Als ik morgen aan hem zou vragen waarom hij zo reageerde, dan weet hij nergens van. Wat klets ik nou, hij staat toch altijd klaar?
Op mijn tenen lopen. Altijd. Proberen het hen naar de zin te maken, altijd. Als ze me vragen om iets voor hen te doen, altijd. Zonder vragen, zonder gedoe. Zonder voorwaarden.
En soms trek ik het ineens niet meer. Ik zal de gebruiksaanwijzing waarschijnlijk nooit kennen. Ik weet niet eens waar ik die kan vinden.
En dan kom ik thuis, en moet ik vreselijk huilen. Geen huilbuitje dat lekker oplucht. Geen tranen van woede. Geen verongelijkt gesip.
Ik huil vanuit mijn diepste binnen, als een gewond dier. Jezus, wat doet dat pijn.
Maar het blijven wel mijn ouders. Toch.


5 opmerkingen:
...zacht kusje...
Ach arme meid!
Ik voel zo met je mee en kan me je verdriet zo goed voorstellen.
*knuf*
Zuster, ik heb veel kleine en grote kinderen het niet zien opgeven. Ouders daarentegen wel. Zo gaat dat met kinderen.
De onverbreekbare patronen. Wat kunt u anders doen dan het even niet meer weten. U heeft gelijk.
En, wat kan ik nog meer zeggen? Een virtuele knuffel dan maar.
Geez meid, dat moet wel erg veel zeer doen. Kan er weinig zinnigs op zeggen verder, alleen een virtuele knuffel geven. *Knufffff*
Vrouwe Adriana,
Die laatste zin hakte er bij mij behoorlijk in.
Ik zeg maar niets en hoop dat U het eens lekker van U af hebt kunnen schrijven.
Een stille groet.
De Drs.
Een reactie posten